HET
ENKHUIZER
ALTERNATIEF

Zorg voor oud. Hart voor nieuw.

Hans Langbroek


Portret met Hans Langbroek, een gewone man (eerder verschenen op de site Jets Wereld http://www.jetrood.nl/index#.WQubw-6LRdg ).

Enkhuizen – Hans is politicus. Hans is kwaliteitsman bij een bedrijf dat plastic verwerkt. Hans is vader van een dochter en een pleegdochter. Hans is zoon van. Hans is geliefde van. Maar Hans is nog meer dan dat. Hans is zorgzaam, vriendelijk en hulpvaardig. Vanuit zijn functie als politicus helpt hij mensen als zij vast lopen met instanties of de overheid. Op dat moment zit hij er als politicus maar hij doet het vanuit zijn zorgzaamheid en menselijkheid. Soms lopen die rollen in elkaar over. Soms staan ze naast elkaar.

In zijn jeugd waren zijn ouders er altijd voor hem. Zij steunden hem in al zijn keuzes ook al waren zij het er niet altijd mee eens. Hans is de oudste in het gezin Langbroek van 5 kinderen. Moeder is geboren Duitse. Moeder kwam als jong meisje naar Nederland. Vader is geboren in Nederland en heeft als jochie na WO II in Nederlands-Indië gewoond. Het gezin moest dit land ontvluchten en kwam in een opvangkamp in Nederland. Hierna ging het gezin naar Nieuw-Guinea. Toen vader in dienst moest kwam hij terug in Nederland. Hans kreeg van beide culturen iets mee. Hij voelt zich sterk verbonden met het Duitse bloed. In zijn huis vind je ook Duitse vlaggen. Daarnaast heeft hij ook een vlag van Enkhuizen en een Amerikaanse vlag. Hans heeft een sterke binding met symbolen. Hans vindt dat dingen soms te omslachtig zijn om in woorden te vertellen.

 ‘Middels een symbool kun je dit meteen uitdrukken. Iemand die erg christelijk is en een kruisbeeld in huis heeft, daar weet meteen iedereen van waar die voor staat. Als je dat moet gaan vertellen dat wordt het een heel verhaal.’

Afstamming
Hans is trots op de mitochondrische lijn die hij van zijn moeder heeft meegekregen, die van het Duitse bloed. Door deze DNA-lijn wordt Hans in Nederland in de statistieken aangemerkt als allochtoon. Hij is hier hevig verontwaardigd over want hij voelt zich Nederlander.

 ‘Het is puur een visie die ik heb. Je stamt fysiek van je moeder af en dat gaat via het mitochondriaal DNA om aan te tonen waar je vanaf stamt . Dat is werkelijk je afstamlijn. Wat je bent in, wie je bent in je eergevoel dat is de manlijke lijn, vaders kant. Er zijn twee soorten afkomsten, die staan naast elkaar.’

Eergevoel betekent voor Hans dat je voor zaken staat. Dat je voor waarde staat met daaruit volgend een aantal normen.  Voor hem is een eergevoel dat je staat voor hulp aan zwakkeren, vechten voor rechtvaardigheid en bereid zijn veel te doen voor deze rechtvaardigheid. Maar ook iets voor jezelf doen. De eigen eer moet je ook verdedigen. Doe je dit niet dan is dit in zijn ogen een vorm van lafheid. Mensen die alleen voor geld gaan vindt hij eerloos. ‘Die gaan niet voor zichzelf, die gaan voor niets. Die gaan voor het slijk der aarde, letterlijk. Eer is een hele grote waarde.’ Dit is mede bepalend voor wat hij doet in alles. Ook in zijn werk als politicus.

IJmuiden
In IJmuiden werd hij geboren. Hij hield van het water, was veel bij de haven te vinden. En hij was en is nog steeds gek op vis. IJmuiden met zijn visafslag was natuurlijk de plek om een lekker visje te halen en te eten. Het is niet alleen vis waaraan hij herinneringen heeft over gehouden. ‘Het is ook de geur van de zee, de geur van diesel, de geur van netten van de vissersboten, de geur van het afval van de visafslag, het geluid van zeemeeuwen. Dat is wat de kust, kust maakt, dit alles bij elkaar. Schepen die aanmeren, zeelui die aan hetschreeuwen zijn, de trossen die ze los gooien of vastmaken. Die combinatie van geur en hoe het er allemaal uitziet die zee, het water en het geluid; die maken dat ik echt een kustbewoner ben en altijd zal blijven.’

West-Friesland
Nu leeft hij bij het IJsselmeer en dat is toch anders dan de kust. Voor Hans is het IJsselmeer geen echte zee. ‘Er is geen eb en geen vloed. Het ruikt niet naar de zee. Het is gewoon zoet water.’ Maar aan de andere kant is hij de enorme groenheid van de omgeving waarin hij nu leeft gaan waarderen. En de historiciteit. Aan de volksaard heeft hij moeten wennen. Het uiterlijk van de stad, dat wat ze gemaakt hebben van hun eigen leefomgeving, dit is iets wat hem direct raakte. Hans woont hartje binnenstad waar het hartstikke groen is. Dat geeft voor hem iets weer van de bewoners en dat staat hem wel aan. De kleinschaligheid van alle IJsselmeerstadjes, de menselijke maat, de overzichtelijkheid. Dat is voor hem de meest natuurlijke omgeving van de mens, daar waar hij het beste floreert.

Zijn oma van moeders kant betekende veel voor hem. Zijn kleutertijd en het begin van de basisschool  werd deels bepaald door zijn Duitse oma. Zijn opa en zijn ouders waren altijd te werk. Dat was in de jaren 60, de tijd dat Nederland nog in opbouw was. Je moest echt aan het werk. Daardoor was hij dus  veel bij zijn oma als klein kind. Dat staat hem ook heel helder voor de geest dat hij daar was. Dat stuk wie zij was, haar cultuur, de sprookjes die zij vertelde als hij in bed lag. Iets wat hem altijd bijgebleven is, is dat zijn oma hem riep: ‘Hanschen, komm mal bei oma.’

Zijn vader werkte bij de Hoogovens terwijl hij tropische landbouw gestudeerd had. Nederland raakte indertijd de koloniën kwijt, dus werd dat niets meer qua werken. En hij kreeg een kind en dat was Hans. Er moest geld op de plank komen en dan ga je niet in het Oosten, Suriname of Zuid-Afrika werken. Voor Zuid-Afrika heeft hij wel een aanbod gehad maar dat wilde hij niet wegens de discriminatie daar van kleurlingen en zwarten. Toen Nederland welvarender werd zijn ze als gezin naar Heerhugowaard verhuisd. Toen werd het ideaal, eind jaren 60 en begin jaren 70, een doorzon woning. Voor en achter grote ramen en een tuin voor en achter, in een overloopgemeente. De randstad moest leeglopen. De Amsterdammers, Zaandammers en IJmuidenaren die gingen allemaal naar de plattelandsgemeenten. Wij waren ook zo een gezin.

Hans bracht zijn lagere schooltijd in IJmuiden en Heerhugowaard door. De brugklas en 2eklas atheneum volgde hij in Alkmaar. Heerhugowaard had geen voortgezet onderwijs. Heerhugowaard had toen maar 6000 inwoners en was nog kleiner dan Andijk waar ze later gingen wonen. De verhuizing naar Andijk was omdat de woning van zijn ouders meer waard was geworden waardoor ze een vrijstaande woning konden kopen. Zijn ouders hebben altijd een koopwoning gehad. Na de oorlog waren er geen huurwoningen, alles was platgegooid. Daar was een huis met een enorme tuin te koop en dat is de reden geweest. Het was puur wat voor soort huis je daar kon krijgen met de winst van het oude huis. En de grond, de vrijheid, daar hield zijn vader van.

Vechter
Hans was al jong tegendraads en ging in discussie over van alles. In zijn jonge jaren was degene die niet voor hem was, tegen hem. Hans sprak dan ook veel met zijn vuisten. In de weekenden als hij op stap ging, was het regelmatig knokken. Hij en zijn maten, tegen wie dan ook. Soms was het knokken om het knokken. Hans verhuisde rond zijn 14e jaar van Heerhugowaard naar Andijk. Hans had het vreselijk moeilijk in het begin, de grauwte van de kleigronden van West-Friesland en de ‘boeren’ die hij niet kon verstaan. Hans was geen lieverdje, hoewel hij dat zelf wel vindt meevallen. Het knokken overigens, is iets wat hem later goed van pas kwam in de politiek. Alleen knokt hij hier met moties en met amendementen in de raadszaal en niet meer met zijn vuisten.

Naarmate Hans ouder wordt ziet hij dat de wereld grimmiger wordt. Dat merkt hij in de lokale politiek maar ook hoe mensen met elkaar omgaan landelijk, Europees en wereldwijd. ‘Ik hoop voor mijn dochters dat ze in een land kunnen opgroeien waar ook ter wereld waar ze zo weinig mogelijk te maken krijgt met geweld, zware vervuilingen of verhoogde criminaliteit.  En dat ze in een land opgroeien waar de menselijke waarden nog een uitgangspunt zijn voor wat mensen doen.  Daarom hoop ik in 2018 nog een volgende termijn te kunnen vervullen als raadslid.’


Vragen?
Neem via de site contact met ons op en wij zullen reageren.