Vervolgvragen over gedoogbeschikking coffeeshop De Poort in Enkhuizen

Op 28 juli 2017 heeft de gemeente Enkhuizen onder verantwoordelijkheid van de burgemeester een tijdelijke gedoogbeschikking uitgegeven aan de coffeeshop omdat de oude vergunning na 10 jaar verlopen is.
Deze tijdelijke vergunning is 2 maanden geldig. Tegen een nieuwe vergunning kan binnen 6 weken bezwaar gemaakt worden.
De vraag is: waarom heeft de burgemeester deze bekendmaking midden in de vakantieperiode gepubliceerd? Heel raar zoiets, zo gaat zo’n publicatie gewoon aan heel veel mensen voorbij! Daarom heeft HEA de navolgende vervolgvragen over de coffeeshop en gedoogbeleid gesteld:

Geacht college,

Bij deze schriftelijke vervolgvragen betreffende de coffeeshop en het gedoogbeleid voor verkoop van hasj en wiet in Enkhuizen.

Vraag 1

De gemeente heeft op 28 juli 2017 een tijdelijke exploitatievergunning met gedoogbeschikking afgegeven voor Coffeeshop De Poort aan het Verlaat 5 in Enkhuizen. Hiertegen kan binnen 6 weken bezwaar gemaakt worden, blijkens een online bekendmaking op https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2017-134178.html

Mijn vraag is: Waarom is deze online bekendmaking midden in een vakantieperiode gepubliceerd? Het is zeer aannemelijk en zeer waarschijnlijk dat een dergelijke publicatie op dat tijdstip aan veel mensen voorbij zal gaan, zeer zeker dus ook aan mensen die belang kunnen hebben bij de uitgegeven gedoogbeschikking.

Vraag 2

Hoelang is de tijdelijke gedoogbeschikking geldig?

Vraag 3

De huidige coffeeshop ligt in een deel van Enkhuizen welk steeds meer transformeert naar een woonwijk door de afnemende horeca en het gemeentelijke beleid om horeca langzaam maar zeker op natuurlijke wijze richting de toeristische havengebieden te laten gaan.

Het is HEA ter ore gekomen dat op dit moment door buurtbewoners al overlast ondervonden wordt veroorzaakt door bezoekers van de coffeeshop o.a. in de vorm van wild parkeren, hard rijden, doorverkoop op straat aan jongeren en buitenlanders van spullen welke in de coffeeshop gekocht worden.

De vraag is:

A – Is het college zich bewust van bovengenoemde overlast?

B – Zo ja, welke daadwerkelijke aantoonbare maatregelen zijn genomen om genoemde soorten overlast te voorkomen of terug te brengen naar geen overlast? Wat zijn de resultaten van de genomen maatregelen?

C – Zo nee, hoevaak is het college in overleg met omwonenden en buurtbewoners over de coffeeshop en eventuele overlast en wanneer was het laatste overleg met de buurt en met omwonenden over door bezoekers van en aanwezigheid van de coffeeshop veroorzaakte overlast?

D – Wat zijn maatregelen welke genomen zijn naar aanleiding van overleggen met buurtbewoners en omwonenden? Wat behelsden deze maatregelen en welke resultaten hebben deze maatregelen gehad?

Vraag 4

Het is HEA ter ore gekomen dat huizen in de directe omgeving van de coffeeshop minder waard zijn en minder snel tot slecht verkocht kunnen worden.

Is dit bij het college ook bekend of is dit het college ook ter ore gekomen?

A – Zo ja, hoe denkt het college mensen die hiermee te maken hebben hiervoor te gaan compenseren? Het ervarene is tenslotte gevolg van gemeentelijk beleid.

B – Zo nee, is het college bereid dit te gaan onderzoeken?
Zo ja, wanneer?
Zo nee, waarom niet?

C – Denkt het college dat een coffeeshop met een tijdelijke exploitatievergunning met gedoogbeschikking op de huidige locatie op z’n plaats is?

Zo ja, waarom vindt u dat?
Zo nee, wat gaat u doen om dit te veranderen?
Met vriendelijke groet,
Hans Langbroek, fractievoorzitter Het Enkhuizer Alternatief (HEA)

 

X